Kinderen zijn erop uit groot te worden; ze willen deel uitmaken van de (sociaal-culturele) wereld van de volwassenen. Kinderen imiteren in feite de handelingen en activiteiten van volwassenen. Juist door dat nadoen komen kinderen in aanraking met handelingen en vaardigheden zoals spreektaal en sociaal gedrag. Omdat ze zo graag bij de volwassen wereld willen horen krijgen deze handelingen en vaardigheden betekenis voor hen. Ze leren door mee te doen.
Volwassenen helpen de kinderen mee te doen aan sociaal-culturele activiteiten. In deze activiteiten wordt de wereld zo echt mogelijk gerepresenteerd. De spelactiviteit is aanvankelijk (vanaf 2 à 3 jaar) de leidende activiteit en gaat geleidelijk aan over in de bewuste leeractiviteit (7 à 8 jaar). Uit de spelactiviteit ontstaan de motivatie en de mogelijkheden die nodig zijn voor deelname aan de leeractiviteit.
Deze ontwikkeling moet als een eenheid gezien worden die niet door grenzen in leeftijd of kalendertijd is op te delen. Om tegemoet te komen aan de verschillende ontwikkelingsniveaus is het van belang om de activiteit zo rijk (breed) mogelijk te ontwerpen.
In de brede activiteit zitten meerdere niveaus; het actuele niveau van de kinderen en de zones van naaste ontwikkeling.
Het actuele niveau is datgene het kind al zelfstandig kan volbrengen. De zone van naaste ontwikkeling is die sociaal-culturele activiteit waaraan het kind zinvol kan en wil deelnemen, maar die het nog niet zelfstandig kan volbrenge
Handelen: manipulerend handelen en manipulerend spel. Dit zijn elementaire oefeningen in het omgaan met dingen: een manier om de tastbare wereld letterlijk in de greep krijgen. (vanaf 1-2 jaar)
Doen alsof: objecten krijgen een andere functie of rol. Een stokje wordt een lepel. Zandvormpje is een taartje en ik ben de bakker. (2-3 jaar)
Rol aannemen: eenvoudig rollenspel. Als objecten een rol hebben is de volgende stap dat het kind ook een rol aanneemt. Het kind imiteert de handelingen van de bakker, de moeder, de chauffeur. (3-7 jaar)
Thematisch rollenspel: het spel verdiept zich en wordt steeds rijker en 'echter'. Communicatie en taal worden steeds belangrijker. De kinderen krijgen toenemend behoefte vaardigheden te ontwikkelen die ze nodig hebben om 'echte' activiteiten te ondernemen. Geen zandtaart maar een echte taart! Niet doen alsof schrijven maar echt schrijven.
Construeren en produceren: parallel aan het rollenspel ontwikkelt zich vanuit het manipuleren de constructieve activiteit. Kenmerkend is dat het kind zich iets wil maken, samenstellen, produceren. Constructieve activiteiten vervullen vaak een functie in het rollenspel. Er ontstaat toenemend de behoefte de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen (= leermotief).
naar bovenVanuit de spelactiviteit ontstaat steeds meer de behoefte om kennis te verwerven en vaardigheden te beheersen om activiteiten volgens eigen plan te kunnen uitvoeren. Het gaat hierbij om het leren om het leren, het zelfgezochte leren. (rond het zevende levensjaar) .Het kind is er dan bewust op uit om te leren, iets te weten te komen of iets te beheersen. Er is sprake van verzelfstandiging van het leren, niet langer gebonden aan bijvoorbeeld spel.
naar bovenDe adviseurs van OCGH Advies begeleiden onderbouwteams in het ontwerpen en organiseren van brede activiteiten. Daarbij is aandacht voor het aanbrengen van ontwikkelingsniveaus in activiteiten en de zone van naaste ontwikkeling van kinderen. OCGH Advies ondersteunt bij ontwerpen van rollenspelmogelijkheden, spelscript en het ontwerpen van 'echte' problemen en vraagstellingen.
De brede activiteit is in te passen in een beredeneerd aanbod, het werken met groepsplannen en ontwikkelingsgericht werken.
naar bovenVoor professionele ondersteuning of meer informatie over de diagnostiek van hoogbegaafdheid, kunt u contact opnemen met een van de experts van OCGH Advies. De namen van deze adviseurs worden boven in de rechterkolom vermeld.
Telefonisch zijn deze adviseurs te bereiken op nummer: 0492 - 53 88 55