Automatiseren: iedere dag anders!

Het automatiseren van basisvaardigheden bij het rekenen mag niet ontbreken binnen goed rekenonderwijs. Uit de literatuur is bekend dat automatiseren het meest effectief is wanneer er verschillende werkvormen worden gebruikt. Daarbij is het beter dit iedere dag kort te doen, dan één keer per week een half uur. Maar in de waan van de dag is het vaak moeilijk steeds creatief te blijven in werkvormen.

Ter inspiratie vindt u hier voorbeelden van interactieve automatiseringsoefeningen die gemakkelijk zijn te variëren in moeilijkheid en intensiteit. Print ze uit en kijk hoe u iedere dag vijf minuten met de kinderen kunt automatiseren zonder dat het saai wordt!


Getallenraadsels: raad mijn getal!

Mijn getal ligt tussen.. en…
Mijn getal bestaat uit 2 cijfers die samen 7 zijn
Mijn getal bestaat uit twee even cijfers
. . . . .

Getallenbingo!

De kinderen maken hun eigen Bingo kaart, door willekeurig 12 getallen onder bijvoorbeeld de 100 op te schrijven.

De leerkracht geeft een som, staat de uitkomst op je kaart dan mag je die wegstrepen. Wie heeft als eerst een volle kaart?

Optelsommen tot 12

Maak 4-tallen. 2 kinderen krijgen ieder 2 dobbelstenen. De kinderen gooien tegelijk met de dobbelstenen en tellen zo snel mogelijk hun totaal aantal ogen op. Diegene die het meeste aantal ogen heeft gegooid mag een fiche pakken. De 2 kinderen zonder dobbelstenen controleren of ze goed opgeteld hebben. Na een bepaalde tijd zegt de leerkracht “stop”. Het kind dat het meeste aantal fiches heeft, heeft gewonnen. Vervolgens rouleren.

Je kunt de activiteit moeilijker maken door de kinderen 3 dobbelstenen te geven en het aantal ogen te laten optellen.

Spring in de kring!

De kinderen staan in een kring en krijgen één of meerdere opdrachten, terwijl de leerkracht getallen noemt (in vaste volgorde, 1-2-3-4-… of juist door elkaar). Bijvoorbeeld:

  • Spring als je een getal hoort dat in de tafel van 5 zit
  • Klap in je handen als je een getal uit de tafel van 3 hoort
  • Stamp op de grond als je een getal hoort dat . . .

Klassenwachtwoord!

De kinderen moeten een bepaalde keersom uit hun hoofd kennen (bijvoorbeeld 6x7= 42). Dit is het wachtwoord om de volgende dag de klas in te mogen. Geef elke week een andere som.

Memorie met verliefde harten

Verliefde harten zijn de getallen tot 10, welke samen mooi rond op 10 uitkomen (bijv. 4 en 6, 3 en 7 etc).

De benodigde getallen zet je op kaartjes (0, 1, 2, 3, 4, 5, 5, 6, 7, 8, 9, 10). In kleine groepjes spelen de kinderen een of meerdere rondes memorie. Wanneer je 2 kaartjes draait die samen 10 maken mag je deze set pakken.

Zoek je gelijken

De kinderen krijgen allemaal een kaartje met een
breuk, een kommagetal of een procent erop. Wanneer de leerkracht start roept, mogen de kinderen zo snel mogelijk hun gelijken opzoeken. Uiteindelijk moeten de kinderen groepjes van drie maken!

Je kunt differentiëren door makkelijke en moeilijkere breuken/procenten/kommagetallen te gebruiken.

Deze oefening kun je ook doen met de verschillende maten. Zorg er ook dan voor dat je goed differentieert, zodat iedereen goed mee kan doen!

Wat is mijn getal?

Met behulp van “post-its” plak je op de rug van elk kind een getal. De kinderen moeten er door middel van vragen aan de klasgenoten achter komen welk getal ze hebben. Ze kunnen vragen naar de positie van het getal (is mijn getal hoger dan…., ligt mijn getal tussen de 100 en 200? etc). Eventueel mogen ze ook vragen of hun getal even of oneven is (maar laat ze hier zelf maar opkomen!). De kinderen mogen één vraag stellen per leerling. Dan moeten ze weer door naar de volgende leerling voor een vraag.
Zorg voor een grote variatie in getallen!

Je kunt er ook voor kiezen een som achterop de rug te plakken en de leerlingen op zoek laten gaan naar de uitkomst.

Reken op de bal!

De leerkracht noemt een som en gooit vervolgens de bal naar een leerling. De leerling geeft het antwoord en bedenkt dan zelf een som en gooit de bal weer naar een andere leerling. Wanneer het antwoord fout is moet de leerling de bal teruggooien. Als de leerling het niet weet, mag hij de bal teruggooien naar de werper.
Als je als leerkracht meer sturing wilt, kun je ervoor kiezen zelf de bal steeds te gooien. Zo kun je differentiëren en zorgen dat iedereen aan bod komt.

Wat gaat sneller?

Wat gaat sneller? Rekenen op de rekenmachine of rekenen uit het hoofd?
Maak een competitie in de klas. Iemand in de klas bedenkt een som. De leerkracht rekent uit het hoofd en de leerlingen op de rekenmachine (of andersom).

Laat de leerlingen vooraf schatten wat sneller gaat.

Papegaai van 5 (productief oefenen).

De leerkracht vertelt de kinderen dat ze haar papegaai (handpop) van thuis heeft meegenomen en dat deze helaas niet kan praten, maar alleen vijf kan zeggen. Maar daarvoor moeten de kinderen wel iets doen, want de papegaai zegt alleen maar 5 wanneer de kinderen een sommetje kunnen bedenken waarvan de uitkomst 5 is. Differentiatie vindt plaats door leerlingen verder te laten denken dan alleen “erbijsommen” als 2+3 of 4+1. “Erafsommen” kunnen natuurlijk ook en wat dacht je van 4+2-1? Een week later kan de papegaai bijvoorbeeld alleen 8 zeggen en kunnen leerlingen het in tweetallen oefenen.
 


Professionale ondersteuning?

Voor meer informatie over Automatiseren kunt u contact opnemen met een van onze rekenspecialisten.

Telefonisch zijn deze adviseurs te bereiken op: 0492 - 53 88 55

Uw rekenspecialisten

Drs. Marian CalisMail deze adviseur Drs. Hanna ElbersMail deze adviseur Martijn van Grootel, MScMail deze adviseur Drs. Karen van HultenMail deze adviseur Drs. Boukje JansenMail deze adviseur Drs. Marleen van der LogtMail deze adviseur Drs. Ingrid PhilipsMail deze adviseur Drs. Lidwien SoutbergMail deze adviseur