
Veel basisscholen zijn volop bezig met de implementatie van het handelingsgericht werken met groepsplannen. Hoewel de cyclus van het handelingsgericht werken nu over het algemeen goed draait, heeft bijna elke school ook de nodige opstartproblemen gehad. Leerkrachten van groep 1-2 lopen vaak tegen een aantal praktische zaken aan. Er wordt in de kleutergroepen niet altijd met een methode gewerkt. En ook als er met een methode wordt gewerkt, is dit niet eenvoudig te verwerken in een groepsplan. De leerlijnen van de verschillende ontwikkelingsgebieden zijn niet altijd duidelijk omschreven in de methodes en de leerkrachten moeten zelf keuzes maken in hun activiteitenaanbod. Ook het klassenmanagement verloopt anders dan in de hogere groepen. Wat is het basisaanbod? En wat doe je met de leerlingen die extra begeleiding nodig hebben op een bepaald gebied? Of als een kleuter toe is aan meer uitdaging, wat bied ik dan aan en hoe organiseer ik dat in de klas? De leerkrachten van groep 1-2 gebruiken wel observatielijsten of een kind-volg-systeem om de ontwikkeling van hun leerlingen te volgen en te registreren. Maar moeten deze gegevens dan allemaal overgenomen worden in het groepsoverzicht? En zijn we dan niet dubbelop aan het registreren? Allemaal vragen die spelen bij veel leerkrachten van groep 1-2.
Karen van Hulten, rekenspecialist groep 1-2 van OCGH Advies, begeleidt leerkrachten bij het opstellen van groepsoverzichten en groepsplannen. Eén van haar collega's, Pauline Hilbers, heeft haar een aantal vragen gesteld. Een samenvatting van dit interview leest u hier.
Dat is eigenlijk niet anders dan in de andere groepen. In een goed groepsplan zijn de doelen waar je de komende periode naar toe wilt werken duidelijk omschreven. Daarbij werk je preventief. Dus door jouw aanpak, die is afgestemd op de onderwijsbehoeften van de leerlingen, kunnen zij de gestelde doelen behalen. Het aanbod is dus niet voor elke leerling hetzelfde. Je moet kunnen onderbouwen waarom je deze doelen stelt en waarom je voor die aanpak kiest bij deze leerlingen. Dit noemen we "beredeneerd aanbod". Tussendoor moet je evalueren of je de tussendoelen gaat halen. Eventueel moet je je aanpak aanpassen aan deze tussenevaluaties.
Indien er bij één of enkele leerlingen sprake is van een achterstand moet je ook curatief werken. Dit zijn vaak de kinderen die een D of E score hebben behaald op de Citotoetsen. In het groepsplan moeten zij voldoende aan bod komen. Ook moet de voortgang van deze leerlingen vaker geëvalueerd worden, zoals staat vermeld in het zorgbeleid van de school. Als deze leerlingen niet voldoende begeleid kunnen worden binnen het groepsplan is een individueel handelingsplan nodig. Als het goed is zijn er door het werken met groepsplannen minder individuele handelingsplannen nodig.
Een groepsplan rekenen bevordert dat leerkrachten doelgericht werken aan de ontwikkeling van de ontluikende gecijferdheid. Kennis van de leerlijn en tussendoelen is daarbij essentieel en voorwaardelijk. Door goed zicht te hebben op deze leerlijn en tussendoelen kun je gerichter observeren en je activiteiten hierop afstemmen. In de kleutergroepen wordt thematisch gewerkt. Het is belangrijk dat leerkrachten bij het kiezen van hun activiteiten de tussendoelen als uitgangspunt nemen en vervolgens kijken hoe de activiteiten in het thema ingepast kunnen worden. Dus eerst bedenken aan welke tussendoelen je wilt werken. Vervolgens kijk je welke materialen je hierbij wilt gebruiken en welke activiteiten je hiermee kunt doen binnen het thema. Vaak wordt er andersom gewerkt. Leerkrachten zijn vaak heel creatief in het bedenken van activiteiten die leuk zijn binnen een bepaald thema, maar het tussendoel waaraan gewerkt wordt komt dan op de tweede plaats.
Het werken met een groepsplan geeft dus vaak een stevige impuls aan gericht rekenonderwijs in de kleutergroepen. Als het goed is leidt dit weer tot betere leerresultaten bij de leerlingen.
Nee. Het doel van een groepsoverzicht is het verzamelen van gegevens van alle leerlingen om op grond hiervan hun onderwijsbehoeften te bepalen. Vervolgens cluster je de leerlingen met dezelfde onderwijsbehoeften in het groepsplan. In de observatielijsten of de overzichten van het kindvolgsysteem worden geen onderwijsbehoeften benoemd. Je kunt in het groepsoverzicht wel verwijzen naar de observatielijsten. Je hoeft ze niet letterlijk over te nemen in het groepsoverzicht. De observatielijsten en het groepsoverzicht vullen elkaar dus aan in plaats van dat het dubbelop is.
Mijn advies is om een groepsplan 1-2 te maken waarbij het ontwikkelingsniveau van de kinderen het uitgangspunt is en niet de leeftijd. Dat betekent dat je groepsdoorbrekend werkt. In de nieuwe "Kijk Kies Doe" is dit bijvoorbeeld uitgewerkt.
Als je net start met het werken met een groepsplan rekenen in groep 1-2 zou ik beginnen met het domein getalbegrip (ook wel getallen of ontluikende gecijferdheid genoemd). Uiteindelijk is het praktischer om met een groepsplan te werken waarin alle drie de domeinen zijn verwerkt. Dus getallen, meten en meetkunde. Er zijn scholen die een onderverdeling maken in de drie rekendomeinen in plaats van de subgroepen basisaanbod, extra ondersteuning en extra uitdaging. Achter de domeinen staan dan de leerlingen vermeld die iets extra's nodig hebben op deze domeinen. Dit is ook een mogelijkheid.
Goede rekenactiviteiten zijn betekenisvol voor de leerlingen. En het zijn activiteiten waarbij gericht aan bepaalde tussendoelen wordt gewerkt; het liefst meerdere tegelijk. Een bepaald hoofddoel staat dan centraal maar één of meerder subdoelen komen ook aan de orde. De doelen sluiten aan bij de zone van naaste ontwikkeling. De kinderen zijn bij voorkeur handelend bezig (i.p.v. werkbladen), er is interactie tussen de leerlingen en/of de leerkracht en de leerlingen worden gestimuleerd om hardop te denken, te redeneren en te reflecteren.
Hierbij zijn de doelen voor eind groep 2 van het SLO gebruikt. Zie www.slo.nl
Tussendoelen |
Activiteit |
| Omgaan met hoeveelheden Hoofddoel: Hoeveelheden tot tenminste 12 (resultatief) globaal kunnen schatten en tellen (resultatief) én kunnen weergeven (neerleggen, tekenen) Subdoel: Kunnen redeneren over de telrij in eenvoudige en betekenisvolle probleem/conflictsituaties (in dit geval constantie van hoeveelheid) |
Je hebt 1 pot met bijvoorbeeld 12 grote proppen papier en 1 pot met 12 kleine propjes. Laat de kinderen eerst schatten hoeveel proppen er in de potten zitten. Vervolgens laten natellen en in een grafiek of rij laten leggen, of laten turven. De kinderen ontdekken dat het er evenveel zijn. |
Tussendoelen |
Activiteit |
| Meetkunde: Construeren / Meten: lengte omtrek en oppervlak Hoofddoel: Kunnen redeneren over eenvoudige meetkundige problemen/ conflictsituaties rond bouwen en construeren Subdoelen: Objecten kunnen vergelijken en ordenen naar lengte, omtrek en oppervlakte op verschillende manieren Kunnen meten met een betekenisvolle maat. Begrippen met betrekking tot lengte, omtrek en oppervlakte herkennen en kunnen gebruiken in betekenisvolle situaties Kunnen redeneren over lengte, omtrek en oppervlakte in eenvoudige probleem- en conflictsituaties Herkennen en kunnen gebruiken van meetkundige begrippen: voor, achter, naast, in, op, boven, onder, dichtbij, veraf Herkennen (passief gebruik) van meetkundige begrippen: links, rechts, tegenover, tussen. Voorwerpen (die niet te zien zijn) met kenmerken en details kunnen beschrijven door er een visuele voorstelling van te maken |
Klein groepje van maximaal vier oudste kleuters. Opdracht: bouw samen een brandweerauto. De kinderen mogen verschillende soorten materialen gebruiken. Zoals grote kartonnen dozen, kokers, tape, houten latjes, touw, repen papier etc. Zorg dat er ook verschillende meetmaterialen ter beschikking zijn zoals liniaal, meetlinten, centimeters. De kinderen mogen zelf bepalen hoe ze de auto gaan maken. De leerkracht stimuleert de kinderen hardop te redeneren en samen te werken. Ook benoemt te leerkracht regelmatig de handelingen van de kinderen en de rekenkundige begrippen die erbij horen. |
Schrijf u dan in voor de workshop:
Getalbegrip bij kleutersDe eerstvolgende workshop is maandag 13 februari 2012.
Voor specifieke vragen of ondersteuning op uw school kunt u contact opnemen met:
Karen van Hulten, k.v.hulten@ocghadvies.nl of
Lia van Haren, l.v.haren@ocghadvies.nl
Telefonisch zijn deze adviseurs te bereiken op nummer: 0492 - 53 88 55