Do's en Don'ts voor een effectieve rekeninstructie

Een effectieve rekeninstructie geven: het klinkt gemakkelijker dan het in de praktijk blijkt te zijn. Om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen, moet je rekening houden met verschillen in niveaus. De sterke rekenaar heeft minder en een ander soort instructie nodig, terwijl de zwakke rekenaars juist afhankelijk van de instructie zijn. Daarnaast wil je als leerkracht ook nog aandacht schenken aan de gemiddelde rekenaar. Hoe kun je een effectieve rekeninstructie geven, die tegemoet komt aan de onderwijsbehoeften van alle leerlingen?

Hieronder een aantal do's en don'ts met betrekking tot het geven van effectieve rekeninstructie. Het drieslagmodel en het handelingsmodel zijn hierbij van groot belang (voor uitleg over deze modellen verwijzen wij naar het protocol ERWD). Mogelijk kunnen deze tips je helpen bij het optimaliseren van jouw rekeninstructie.



Do's effectieve rekeninstructie algemeen

  • Schrijf aan het begin van de les het lesdoel op het bord en bespreek dit met de leerlingen: wat hebben we straks geleerd? Aan het eind van de les kom je hier samen met de leerlingen op terug. Wat hebben we nu geleerd in deze les?
  • Haal de voorkennis van de leerlingen op. Stel vragen over het te behandelen onderwerp en kijk of ze voorbeelden uit het dagelijks leven kunnen noemen. Houd in de gaten dat je niet je eigen voorkennis ophaalt, maar die van de leerlingen.
  • Introduceer een nieuw onderwerp altijd aan de hand van een context.
  • Zorg dat je tijdens de instructie koppelingen maakt met de werkelijkheid, concrete materialen en schematische weergaven.
  • Bedenk van tevoren welke materialen of contexten je kunt gebruiken tijdens de instructie.
  • Verwoord continu je denkstappen tijdens de instructie.
  • Zorg voor interactie over de verschillende oplossingsstrategieën en laat de leerlingen ook duidelijk hun denkstappen verwoorden.
  • Pas de instructietijd aan aan de behoeften en mogelijkheden van je klas (met tussenpozen korte instructiemomenten of een keer een lange instructie?).
  • Besteed de 60 minuten rekenonderwijs per dag effectief. Zorg dat de benodigde materialen klaar liggen.
  • Noteer de opgaven die de leerlingen moeten maken op het bord.
  • Maak de eerste opdracht gezamenlijk met de klas (begeleid oefenen). Je maakt kleine denkstappen, verwoordt deze helder en maakt ze visueel.


Don'ts effectieve rekeninstructie algemeen

  • Tijdens de instructie teveel uitweiden naar andere onderwerpen. Blijf bij je lesdoel.
  • Te snel overgaan op het abstracte rekenen (de kale som).
  • Te veel onderwerpen tegelijk aan de orde stellen.
  • Te weinig gebruik maken van materialen en contexten.
  • Geen regels en afspraken maken met betrekking tot het zelfstandig werken
  • ‘Verspil’ niet te veel tijd van de rekenles aan het oplossen van conflicten, het zoeken en uitdelen van materialen, het uitgebreid bespreken van de afspraken met betrekking tot het zelfstandig werken of het opletten tijdens de instructie etc.
  • Vrijwel alleen auditief instructie geven.
  • Een te lange instructie waarbij je zelf veel aan het woord bent.


Do's effectieve instructie zwakke rekenaars

  • De do’s voor de algemene instructie gelden ook voor de verlengde instructie.
  • Maak gebruik van pre-instructie om de voorkennis en vaardigheden op te roepen. De groepsinstructie is hierdoor beter te volgen door de zwakke rekenaars en dit is vaak effectiever dan een verlengde instructie.
  • Maak gebruik van horizontale interactie tijdens de verlengde instructie. Laat leerlingen elkaar hun oplossingen en strategieën vertellen, dit bevordert het oplossingsvermogen van alle zwakke rekenaars.
  • Durf te corrigeren. Wanneer een leerling een foutieve strategie gebruikt, geef dan aan waarom je niet voor deze strategie kiest en waarom wel voor een andere.
  • Maak gebruik van eenvoudige getallen en problemen tijdens de instructie voor zwakke rekenaars. Neem dit mee in je lesvoorbereiding, zodat je een aantal voorbeelden paraat hebt tijdens de instructie.
  • Start bij het aanleren van één basisstrategie. Wanneer deze goed wordt beheerst, kan er een variastrategie worden aangeboden. Zwakke rekenaars verwarren vaak de verschillende strategieën wanneer zij een som uitrekenen.
  • Stel transfervragen: Op deze wijze kun je controleren of de leerling daadwerkelijk de oplossingswijze heeft begrepen en niet alleen jouw handeling kopieert.
  • Let op de motivatie van de zwakke rekenaar. Probeer hem/haar te prikkelen en bij de les te houden door je instructie aan te passen aan dat waar zij tegenaan lopen. Vier ook succeservaringen met de leerlingen.
  • Blijf langer staan bij een lager handelingsniveau. Blijf hierbij wel steeds verwoorden wat er gebeurt, om zo een overgang naar een meer abstract niveau te bevorderen.
  • Blijf hoge verwachtingen houden, ook bij zwakkere rekenaars. Het vertrouwen van jou en de kinderen zelf in hun eigen prestaties heeft een groot effect op de uiteindelijke resultaten!
  • Zorg voor een goede analyse, zodat je direct kunt aansluiten bij de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen. Het drieslagmodel uit het protocol ERWD kan hierbij helpen:

Drie fasen van het drieslagmodel Observatievragen: waar bevindt het rekenprobleem zich?

Kan de leerling:

  • Bij een context een bewerking bedenken?
  • Betekenis verlenen aan de getallen in relatie tot de context?
  • Bij een kale som een context en /of een tekening
  • bedenken?
  • Een tekening maken bij een context?
  • . . . .

Kan de leerling:

  • De bewerking uitvoeren?
  • En zo nee, lukt dat dan wel met materiaal, eenvoudigere getallen en/of met behulp van een model?
  • Welke oplossingsstrategie past de leerling toe?
  • Is deze oplossingsstrategie efficiënt?

Gaat de leerling na:

  • Of het antwoord kan kloppen?
  • Wat het antwoord (het getal) betekent?
  • Koppelt de leerling het antwoord terug naar de context en/of naar de oplossingsprocedure?
  • . . . .


Don'ts effectieve instructie zwakke rekenaars

  • Te snel overgaan op de abstracte som en de leerling geen gebruik meer laten maken van concrete materialen.
  • Teveel verschillende oplossingsstrategieën aanbieden.
  • Geen structurele inoefening van de basisvaardigheden tot en met de bovenbouw.
  • Te snel loskoppelen van de reguliere groep, waardoor de leerling niet meer mee kan doen met de klassikale instructie. De leerling krijgt dan onvoldoende instructie.
  • Als extra hulp enkel kiezen voor extra oefening, bijvoorbeeld op de computer. Instructie blijft het belangrijkst bij zwakke rekenaars en levert ook het meest op.
  • Werken met individuele instructie (rondlopen in de klas tijdens zelfstandig werken), in plaats van instructie in een kleine groep aan de instructietafel.


Do's effectieve instructie sterke rekenaars

  • Kijk van tevoren welk deel van de instructie van belang is voor deze leerlingen. Laat hen in ieder geval meedoen aan de introductie van een nieuw thema en nieuwe lesstof, het aanleren van belangrijke strategieën, activiteiten gericht op het tempo en de overgang naar formele notaties.
  • Bij de instructie die niet van belang is, kunnen de leerlingen vast aan het werk gaan.
  • Zorg voor een korte, overzichtelijke instructie, zonder al teveel herhaling en oefening.
  • Differentieer in handelingsniveau tijdens de instructie. De sterke rekenaars zullen sneller de stap kunnen maken naar de formele som.
  • Besteed aandacht aan de oplossingsstrategieën van deze leerlingen. Soms gebruiken ze ingewikkelde manieren om tot een goede oplossing te komen. Verkorten en memoriseren zijn aandachtspunten.
  • Stel eisen aan het werk dat ze moeten maken, ook aan verrijkingsopdrachten. Zorg dat de verrijkingsopdrachten voor deze leerlingen bij het basiswerk horen en niet als extraatje gezien worden. Instructie en feedbackmomenten zijn hierbij een vereiste.


Don'ts effectieve instructie sterke rekenaars

  • Te snel antwoorden of oplossingsmanieren aanreiken. Stel de leerling liever een kritische vraag, zodat hij/zij zelf kan nadenken en tot een oplossing kan komen.
  • Geen feedback geven op het werk van de leerlingen.
  • De leerlingen niet meer laten deelnemen aan de instructie en ook geen instructie geven voor hun verrijkingswerk. Ze komen zo aandacht en feedback van de leerkracht tekort.
  • Alle instructie meedoen, ook al weet je dat ze het prima begrijpen.
  • Deze leerlingen inzetten om andere leerlingen uitleg te geven. Dit kan heel goed zijn, maar laat de leerlingen ook hun eigen (uitdagende) werk maken en laat ze juist eens samenwerken met andere sterke rekenaars.
  • Het volledige basiswerk laten maken om leerlingen te leren netjes te werken of om ze te leren dat ze hun reguliere werk eerst af moeten maken voordat ze aan verrijking mogen beginnen. Dit werkt belemmerend op de motivatie van deze leerlingen.


Professionale ondersteuning?

Voor specifieke vragen of ondersteuning op uw school kunt u contact opnemen met een van onze rekensspecialisten.

Telefonisch zijn deze adviseurs te bereiken op nummer: 0492 - 53 88 55

Uw rekenspecialisten

Drs. Marian CalisMail deze adviseur Drs. Hanna ElbersMail deze adviseur Martijn van Grootel, MScMail deze adviseur Drs. Karen van HultenMail deze adviseur Drs. Boukje JansenMail deze adviseur Drs. Marleen van der LogtMail deze adviseur Drs. Ingrid PhilipsMail deze adviseur Drs. Lidwien SoutbergMail deze adviseur